Kweekverslag · Meervoudig Nederlands & Wereldkampioen
Grote Alexander parkiet
Praktijkverslag over Psittacula eupatria — van ondersoorten en voeding tot broedblokken, huisvesting en tentoonstelling. Gebaseerd op vele jaren kweken in de eigen buitenvolière.
Herkomst en verspreiding
Grote Alexander parkieten komen voor van oostelijk Afghanistan tot India en op Sri Lanka, waar ik ze zelf in het wild heb zien vliegen en nestelen. Er zijn vier ondersoorten bekend die verschillen in formaat, snavelgrootte, schoudervlek, breedte van de nekband en kleurdiepte.
Twee daarvan zijn in de NBvV-standaard opgenomen; de andere twee komen zover bekend niet voor bij Europese kwekers of verschillen onderling te weinig. Doordat kwekers ondersoorten in het verleden door elkaar hebben gekweekt, worden mutanten aangeduid als Psittacula eupatria domestica. De toevoeging domestica maakt duidelijk dat het om een geselecteerde vorm gaat en houdt de wildkleur en ondersoortenfok zuiver.
Ondersoorten in één oogopslag
| Ondersoort | Formaat | Ringmaat | Verspreiding |
|---|---|---|---|
| P. e. eupatria (nominaat) | 58 cm | 8 mm | Zuid-India, Sri Lanka |
| P. e. nippalensis (Nepalese) | 64–70 cm | 8,5 mm | Oost-Afghanistan – Bhutan |
| P. e. siamensis (Laos) | 55 cm | 8 mm | Vietnam, Cambodja, Laos, NW-Thailand |
| P. e. magnirostris (Andamen) | 62 cm | 8,5 mm | Andamen Eilanden |
| P. e. avensis (Birma) | 58 cm | 8 mm | Assam, Birma |
Mannen hebben bij alle ondersoorten een grotere, plattere kop; poppen zijn iets kleiner door een kortere staart.
Voeding
Al mijn vogels krijgen een eigen mengeling voor grote parkieten/papegaaien met veel grof voer. Het kleine zaad gooien ze er toch uit — ze eten niet van de vloer, ook niet als je ze niets anders geeft. Ik voer gerantsoeneerd: ze moeten alles opmaken.
Verder krijgen ze eivoer met gekiemd zaad uit zeven zaden: haver, tarwe, rode en witte dari, katjang idjoe, hennep en boekweit. Kiemvoer moet elke dag heel goed schoongemaakt en flink gespoeld worden.
Voedschema: 's ochtends eivoer, kiemvoer en fruit; tegen de avond zaad — dan komen ze met een volle krop de nacht door. Dagelijks met mate fruit of groente zoals maïs, rozenbottels, wortel, appel, paardenbloem of brood. In de winter minder groenvoer en juist wat meer zaad met extra zonnepitten, omdat ze buiten zitten en niet te veel vocht moeten opnemen.
Kweek en broedblok
Op dit moment (maart 2026) heb ik in totaal 45 Grote Alexander parkieten; er moeten nog een paar nesten uitkomen — de kweek begint dit jaar wat later.
De Grote Alexanders hebben vaak al eind januari, februari of begin maart eieren. Het eerste ei komt dan wel eens niet uit omdat het nog te koud is en de pop nog niet echt zit; meestal begint ze pas vanaf het tweede ei goed te broeden. Zit ze eenmaal vast op de eieren, dan mag het nog aardig vriezen voordat het misgaat.
Vlak voor de kweek doe ik vers nestmateriaal in de broedblokken: humus uit het bos met vermolmd hout van berk en knotwilg, en een klein beetje houtkrullen erdoor. Mijn nestkasten — die het hele jaar blijven hangen — zijn 60 cm hoog en 30×30 met een invlieggat van 10 cm; met het houtwerk weten ze zelf wel raad. Het inspectieluikje zit bewust niet te laag, anders vallen eieren of jongen er bij controle uit.
Jongen worden na circa 28 dagen broeden geboren. Normaal laat ik ze een aantal maanden bij de ouders, maar de laatste jaren moest ik ze eerder weghalen omdat de pop alweer eieren had — en ook die tweede ronde kwam volledig uit. Twee keer vier jongen is hier geen wonder.
Huisvesting en beveiliging
Mijn volière is opgebouwd uit aluminium koker met dik gaas, en dubbel gaas tussen de volières in. De rennen zijn voorzien van een schrikdraadapparaat om katten weg te houden en van een grote plastic uil op het dak die met de wind meedraait — roofvogels blijven daardoor echt weg. Eerder gebruikte ik een heksenbol; met de uil erbij zie ik geen roofvogels meer.
Boven de rennen hangt een sproei-installatie — daar gaan ze graag onder. Langs de rennen ligt een waterleiding waarmee ik de waterbakken vul; drie à vier keer per week maak ik ze schoon. In de waterbakken baden ze niet. De bodem van grof grint reinig ik met bleekmiddel.
Tentoonstelling
Ik ga met deze vogels naar de tentoonstelling en werd meerdere malen Nederlands kampioen en zelfs Wereldkampioen met mijn Alexander parkiet.
Voor het vervoer gebruik ik pvc-pijpen van 60 cm lang en 12,5 cm doorsnede, met gaas in de draaidop zodat ze niet gaan zweten. Als ze langer onderweg zijn, gebruik ik aluminium lopers van dezelfde maat. Omdat ze de eerste 2 à 3 jaar nog niet op kleur zijn, kun je ze mooi als pop insturen — al zijn er koppels waarvan de mannen direct al een zichtbare band tonen.
Bij terugkomst gaan ze bij mij direct weer naar buiten, ook bij strenge vorst. Zolang ze tochtvrij zitten en er stokken van verschillende dikte hangen voor hun vleespoten, kunnen ze veel hebben.
Veel gestelde vragen
- Wanneer zijn Grote Alexander parkieten geslachtsrijp?
- Doorgaans na 3 jaar. Bij mij kwamen ook jongen van een 2-jarige man met een 3-jarige pop.
- Hoe lang duurt het broeden?
- Ongeveer vier weken (± 28 dagen); een legsel telt 2 tot 4 eieren.
- Welke ringmaat gebruik je?
- 8 mm voor de nominaatvorm, 8,5 mm voor de grotere Nepalese ondersoort.
- Welke afmetingen heeft de nestkast?
- 60 cm hoog, 30×30 cm, invlieggat 10 cm. Inspectieluik bewust niet te laag plaatsen.
